PersMedewerkersContactHome
Thuis in welzijn
 

“Laat niemand in eenzaamheid…”

Onderneming voor maatschappelijke ondersteuning,
vanuit het paradigma: “professionals ondersteunen vrijwilligers”.
Unieke combinatie tussen mantelzorg/vrijwilligers en professionals in georganiseerde burenhulp,binnen de actualiteit van maatschappelijke ondersteuning.

Onorthodoxe ontschotting binnen de huidige diverse zorg- en dienstverlening en originele methodische aanpakken en –opmaat- oplossingrichtingen. Thuis in Welzijn is een onderneming die binnen een uitgebreid netwerk van organisaties en andere ondernemingen samenwerkt en daardoor over een breed scala van expertise, ervaring en benodigde menskracht kan beschikken.

Verantwoording
Opdrachtgevers
Visieartikel
Curriculum Vitae-Jan Ruyten
Concrete bijdrage
Samenwerkingspartners

Verantwoording
Na 30 jaar werkervaring, waarvan ruim 21 jaar als manager belast met beleidszaken op zowel inhoudelijk als organisatorisch gebied, personeel en organisatie, alsmede financieel-economische zaken, automatisering en innovatie, heb ik in mijn jubileumjaar besloten om (wederom) een eigen onderneming te starten.
Thuis in Welzijn is de opvolger van ‘Kim-Interaktiemanagement (1993-2002). Binnen KIM-interaktiemanagement heb ik mij bezig gehouden met Individuele loopbaancoaching & teambuilding, en later voornamelijk (langdurige) interim-management opdrachten uitgevoerd.
In 2006 heb ik deels van mijn hobby mijn werk gemaakt, op het gebied van maatschappelijke ondersteuning in de Jeugdzorg en met name in de ouderenzorg. Dat heeft aanvullend enkele concrete ‘productlijnen’ opgeleverd, zoals het ‘Thuishuisproject’, ‘Jeugdzorg=Thuiszorg’ en de Palliatieve terminale zorg thuis –en in het Hospicehuis.

Daarnaast blijkt mijn jarenlange ervaring in het vrijwilligerswerk van waarde te zijn in de huidige ontwikkeling van met name de Wet maatschappelijke Ondersteuning.
In 2006 ben ik 50 jaar geworden! Mijn loopbaan overziend en analyserend, met daarbij de huidige actualiteit binnen de sector Zorg & Welzijn, heeft bij mij tot de conclusie geleid dat ik mijn werkzaamheden beter en effectiever kan organiseren in de context van een eigen onderneming. Het geeft mij de maximale mogelijkheid om mijn eigen prioriteiten, doelstellingen te formuleren en samenwerkingspartners te keizen. In eerste instantie is Thuis in Welzijn gericht op de maatschappelijke relevantie van mijn werkzaamheden. Uiteraard dient ook ‘mijn schoorsteen te roken’, maar voor mij is één schoorsteen voldoende! Met andere woorden: winstmaximalisatie is geen doel op zich, maar..


“ik wil met weinig middelen
de verstaanbare taal van het hart
de wereld bewoonbaar maken
niet mooi niet poëtisch gewoon
bereikbaar voor iedereen
om te zien wat jij niet ziet
om te horen wat niemand meer weet.
geef mij daarom je hand
dan zie ik wie je bent
een bedelaar aan de poort
een mens een dier een vriend
ik zeg je geef je hand
ik ben toch net als jij
laten we samen iets doen
de wereld bewoonbaar maken
voor mensen zoals wij
(Nora Petit)


Opdrachtgevers
De doelgroep, die in de gelegenheid zijn om de producten en werkzaamheden te initiëren, zijn:

  • Brancheorganisaties in Wonen, Zorg & Welzijn
  • Bureau Jeugdzorg
  • Fondsen
  • Gemeenten
  • Jeugdzorgaanbieders
  • Kwaliteitsinstituten
  • Ministerie van Justitie
  • Ministerie VWS
  • Particulieren
  • Provincies
  • Thuiszorgorganisaties
  • Verpleeg - en verzorgingshuisorganisaties
  • VNG
  • Vrijwilligersorganisaties
  • Welzijnsorganisaties
  • Woningcorporaties
Visieartikel
Hoe draag ik concreet bij aan de noodzakelijke omwenteling in de zorg - welzijn

Iedere duizend mijl begint altijd met de eerste stap
(Oud Chinese spreuk)

Omwentelen = her-inneren

Mijn naam is Jan Ruyten en ik ben geboren in 1956. In een tijd van opbouw van de verzorgingsstaat en opgevoed in een samenleving waarin het ‘medisch-model’ het centrale uitgangspunt was (en nog steeds is) binnen de cultuur van zorg- en dienstverlening.
Het is mijn actief zijn als vrijwilliger in de palliatieve terminale thuiszorg en hospicezorg wat mij de ervaring heeft opgeleverd dat persoonlijke aandacht,en zorg met een menselijke maat, vanzelfsprekend kunnen zijn.
Toen wij een vrijwilligers hospicehuis (‘Bijna-Thuis-Huis’) gingen opzetten in Woerden en met bouwplannen bezig waren merkten we dat onze eerste opzet leek op een klein ziekenhuisje in de wijk! Precies het tegenovergestelde van wat wij als onze visie nastreefden: namelijk een gewoon huis in de straat. -zonder papieren handdoekjesautomaat maar gewoon een katoenen handdoekje dat in de was kan.- hier zou men ‘gewoon’ kunnen sterven, midden in het leven van alledag!
Dit was een confrontatie met mijn eigen opvoeding. Omwentelen is dus een voortdurend proces om je te her-inneren. Een methodiek van ‘leren-leren’ (‘learning by doing’).

Visie
Vanuit een authentieke inspiratie en levend in een wereld waar aandacht een schaars goed is geworden en de eenzaamheid toeneemt; waar de angst en de terreur de dagelijkse agenda beheersen en de vrije meningsuiting op straat wordt gevloerd; beschrijft Geert Mak in zijn boeken dat het de sociale samenhang eerder versterk dan verzwakt. Waarden als , intimiteit, gezelligheid en beslotenheid lijken in het openbare leven verdwenen, maar ik kom ze wel weer tegen binnen het vrijwilligerswerk.

Veel vrijwilligers hebben vaak een persoonlijke ervaring als motivatie om zich beschikbaar te stellen voor de medemens.
Voor mij was mijn ervaringen bij de dood van mijn vader uiteindelijk de aanleiding om mij in te zetten voor mensen in hun laatste levensfase.

Ook in de thuiszorg (en de jeugdzorg), met name bij de wat oudere medewerkers, kom je dezelfde authentieke waarden en compassie op de werkvloer nog tegen. Wie herinnert zich niet de tijd dat de wijkverpleegkundige nog de ‘burgemeester’ in de wijk was, niet alleen bezig met zorg maar ook betrokken bij het sociale leven in de wijk; een bakermat van vertrouwen en saamhorigheid.
Omwentelen betekent voor mij: me voortdurend herinneren dat niet iedere vraag een zorgvraag is maar in eerste instantie een behoefte uitdrukt.
Omwentelen in mijn dagelijkse werk drukt zich dat ook uit in het benadrukken van de ‘omdraaiing’ in het uitdragen van het paradigma dat professionals vrijwilligers dienen te ondersteunen.


Wet maatschappelijke ondersteuning
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een werkelijkheid waar gemeenten mee aan de slag moeten. De sturingsfilosofie van de Wmo zou je kunnen samen¬vatten als: maatschappelijke ondersteuning als gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van burgers, professionele organisaties en de gemeente. De visie en sturingsfilosofie van de Wmo gaat uit van een grote eigen verantwoordelijkheid van de burger voor zichzelf en voor de mensen om hem heen. Is de burger niet in staat om zelf - met behulp van de mensen in het eigen sociale netwerk of de eigen leefomgeving - zijn participatie te regelen, dan springt de gemeente in. Van professionele organisaties verwacht de gemeente dat zij de burger/klant helpt om haar/zijn eigen problemen op te lossen. Om de integratie van kwetsbare en afhankelijke groepen in de samenleving te bevorderen, wil de overheid door de Wmo bewerkstelligen:

  • het stimuleren en versterken van zelfzorg, mantelzorg en vrijwilligerszorg;
  • het bevorderen van meer samenhang tussen professionele zorg- en dienstverlening, mantelzorg en vrijwilligerszorg;
  • het ontwikkelen, versterken en verspreiden van initiatieven die werken vanuit het paradigma "de professionele zorg- en dienstverlener is ondersteunend aan de mantelzorger/vrijwilliger".


figuur: paradigma ‘professionals ondersteunen vrijwilligers’ in het perspectief van de Wmo

Concrete bijdrage
De Wmo stimuleert de vermaatschappelijking van de zorg waarbij een toenemend beroep op burgers wordt gedaan om een bijdrage te leveren aan de integratie van kwetsbare en afhankelijke groepen in de samenleving. Vermaatschappelijking van de zorg vraagt om een attitudeverandering bij burgers (zorgvragers én zorgverleners) waarbij de professionele zorg- en dienstverlening niet langer als vanzelfsprekend als eerste en enige in aanmerking komt om de gevraagde zorg/dienst te verlenen. In de toekomst zal bij een vraag naar zorg-/dienst¬verlening eerst een beroep op de burger zelf en op haar/zijn sociale netwerk of eigen leef¬omgeving worden gedaan. Vrijwillige ondersteuning door mensen uit de directe omgeving kan zowel in ongeorganiseerd als georganiseerd verband plaatsvinden.
Pas in laatste instantie, wanneer de voornoemde vormen niet toereikend zijn, kan een beroep op ondersteuning vanuit de gemeente worden gedaan, waarbij de gemeente haar rol typeert als faciliterend. Projecten die werken vanuit het paradigma "de professionele zorg- en dienst-verlener is onder¬steunend aan de mantelzorger/vrijwilliger" dragen in belangrijke mate bij aan deze attitude¬verandering. Mijn concrete bijdrage aan de omwenteling vertaalt zich o.a. in mijn inzet in het initiëren van projecten, als:
Het Thuishuisproject – bestaande uit een Thuishuis, een kleinschalige woonvorm en met het Thuisbezoek, een ‘outreachend karakter’ in de buurt, voor (alleenstaande) ouderen die (dreigen te) vereenzamen - is zo'n concept. Inmiddels is ook ontwikkeld: een Thuishuisproject voor migranten ouderen, en een Thuishuisproject voor ouderen met dementie.
Het Inloophuis voor mensen met kanker en hun naasten, een vrijwilligersproject gericht op lotgenotencontact voor mensen die leven met kanker.
Stimuleren van deze projecten, die werken vanuit het paradigma "de professionele zorg- en dienstverlener is ondersteunend aan de mantelzorger/vrijwilliger", zou voor huidige organisaties in de (ouderen)zorg en welzijn, vanuit hun maatschappelijk verantwoord ondernemer¬schap interessant kunnen zijn.

Projecten als het "Bijna Thuis" Huis, het Thuishuis en het Inloophuis leveren een positieve bijdrage aan de bestaanskwaliteit van mensen en versterken de ‘civil society’. Bevorderen dat mensen zich bekommeren en inzetten voor elkaar en voor de wijk staat centraal in deze concepten.

Jeugdzorg = thuiszorg

Jeugdzorg = thuiszorg
Omwentelen in de ouderenzorg betekende voor mij dus ook een confrontatie met mijn eigen opvoeding en daaruit ontwikkelde begrippenkader en attitude (‘medisch model’).
Omwentelen betekent voor mij nu dan ook aandacht voor de huidige jeugd –huidige opvoeding-. in casu mijn bijdrage in het oplossen van problemen binnen de huidige Jeugdzorg.
Het is schrijnend om te ervaren hoe de geïnstitutionaliseerde zorg van vandaag omgaat het kinderen in de knel. Deze ‘scene-of-urgency’ is niet alleen te behartigen met meer geld, maar vraagt ook hier om een attitudeverandering.

Dit probleem moet aangepakt worden door middel van een onorthodoxe aanpak Marshallplan Jeugdzorg. Een aanpak waarbij bestaande en nieuwe partijen gezamenlijk onder een gemeenschappelijke regie zaken oppakken.
Het Marshallplan geeft mogelijkheden om vanuit een centrale regie op een onorthodoxe manier ontstane problemen op te lossen. Denk hierbij aan:

  • preventieve taken: maatregelen nemen met en voor de GGD-en, lokaal onderwijs, politie, justitie, huisarts, welzijn en kinderopvang om zo tot de goede afstemming en voortijdig tot signalering te komen;
  • wachtlijstproblematiek middels nieuw concept waarbij de gespecialiseerde verzorgende van de thuiszorg in samenhang met de aanbieders in de jeugdzorg een nieuw product aanbieden;
  • interventieprogramma's vanuit het perspectief dat een kind veilig thuishoort. Centraal hierbij staat dat we optreden als belangenbehartiger van kinderen en er voor zorgen dat de kinderen zo snel mogelijk op een plek komen, of kunnen blijven, waar ze zich thuis voelen.

Op deze manier wordt er gewerkt aan 'engaging' (aansluiting zoeken bij de cliënt) en 'empowerment' (zelfredzaamheid): Kinderen horen thuis!

Web: Huber van Hest